sanne geertje dossier2

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

Inleiding

-In 1903 hadden we in Nederland nog een Minister van KoloniŽn. Tijdens de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer benadrukte hij het belang van de Indische markt voor de Nederlandse industrie. Dat gold dan zeker voor de Nederlandse textielindustrie, de zogenaamde katoentjes. Eenderde van de totale Indische invoer bestond uit katoenen stoffen. In Twente stonden een aantal belangrijke textielfabrieken. Nog los van de vraag hoe belangrijk de Nederlands-Indische markt nu echt was: veel gezinnen in Twente verdienden hun brood in de textielindustrie en dus was een goede band met de Indische afzetmarkt heel belangrijk. -In Oldenzaal waren de textielfabrieken van Gelderman de grootste werkverschaffers. Lange tijd werkte het bedrijf op de volgende manier: katoen werd aangevoerd vanuit de zuidelijke staten van de VS (Louisiana, Mississippi, Alabama). Die werd dan verwerkt tot stoffen in Twente. Vervolgens werden de stoffen, via een handelskantoor, verkocht in Nederlands-IndiŽ. -Omstreeks 1875 besloot de leiding van Gelderman om zelf meer activiteiten te gaan ontplooien in Nederlands-IndiŽ. Zo richtte men een eigen handelskantoor op om niet meer afhankelijk te zijn van anderen en stak men geld in de ontwikkeling van plantages, zoals de koffieplantage Kebon Doeren. Anderzijds werd van de Nederlandse overheid verwacht, dat de infrastructuur ter plekke verbeterd werd, zoals de aanleg van spoorwegen en het bevaarbaar maken van rivieren. Ook zou de overheid maatregelen moeten treffen ter bestrijding van de verderfelijke kansspelen: "Voor de welvaart en ontwikkeling van land en bevolking zoude het zeer wenschelijk zijn dat alle hazardspelen (kansspelen) konden worden verboden; de schatkist zoude wel door het verlies der pachten eerst een groot nadeel lijden, maar zeer spoedig daarvoor reeds schadeloos worden gesteld door meerdere welvaart en bloei van de bevolking, handel en scheepvaart en door het dien ten gevolge rijker vloeijen van andere belastingen."

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 1 Vraag 1

1. Zoals je kunt zien, is de brief geschreven op 28 november 1902. In de eerste zin spreekt Joan al een nieuwjaarswens uit. Waarom al zo vroeg? ◊ Omdat het een hele tijd duurt voordat de brief aangekomen is.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 2 Vraag 2

2. Hierin kun je lezen hoe het opzetten van een kapitalistische onderneming in Nederlands-IndiŽ precies in z?n werk ging. Probeer deze praktijk van het kapitalisme in je eigen woorden uit te leggen. ◊ Het gaat allemaal om geld en wanneer geld het meeste waard is, wie dus het meeste krijgt.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 3 Vraag 3

3. Hier beschrijft Joan Gelderman zijn rondreis door Midden-Java. Hij vertelt daarin over het landschap, de mensen en wat er zoal gebeurt of zou moeten gebeuren. Hij spreekt daarin ook over ?de regering?. Wie zou hij daarmee bedoelen? ◊ De mensen die het meest te vertellen en te zeggen hebbben over het land. Wat er mee gaat gebeuren en hoe dat moet gebeuren.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 3 Vraag 4

4. Noteer welke informatie de brief geeft over de volgende groepen: a. de regering; b. de Europeanen; c. Arabieren en Chinezen; d. de inlandse bevolking. ◊ De regering: De regering is langzaam met beslissen, maar de goede wil is er wel. De Europeanen: De omgeving, het klimaat en de levenswijze zullen op den duur demoraliseren werken voor de Europeanen en het zal er niet beter op worden. Arabieren en Chinezen: Ze blijven lijden onder de uithuiging. De inlandse bevolking: Blijft lijden onder gebrekkig irrigatie, uithuiging van hadji?s, Arabieren, Chinezen en Hollandse ambtenaren.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 4 Vraag 5

5. Hierin vertelt de schrijver waarom hij denkt dat ambtenaren en ondernemende jonge mannen zich in Nederlands-IndiŽ vestigen. Welke indruk krijg je door zijn brief over de ambtenaren? ◊ Dat ze niet erg aardig zijn. En dat ze jongelui die hier willen komen werken evenveel recht geven op werk als de meerderheid.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment 4 Vraag 6

6. Hoe denkt de briefschrijver over de perspectieven voor "ondernemende jongelui"? ◊ Dat ze naar IndiŽ komen met werkelijk veel ambitie. Jongelui die flink zijn en zonder geld en invloedrijke relaties hebben kunnen hier in de handel sneller vooruitkomen dan in Europa.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Fragment Vraag 7

7. Joan Gelderman geeft een beschrijving van Soerabaya en van Semarang. Geef per plaats aan welke positieve zaken hij vermeldt en welke negatieve zaken hij vermeldt. Je kunt dat het beste doen in de vorm van een schema. Je maakt dan twee rijtjes. Boven het ene rijtje zet je: positieve zaken en boven het andere rijtje zet je: negatieve zaken. Vul het schema daarna in. ◊ Positieve zaken Semarang - Gezondheidstoestand is beter als vroeger Negatieve zaken Semarang- Minder gezellig dan op Soerabaya - Weinig te doen Positieve zaken Soerabaya- Niet ongezonder dan de meeste plaatsen in deze streken Negatieve zaken Soerabaya - Men sukkelt met het drinkwater

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Vraag 8

8. Wat was volgens jou het hoofddoel van de reis van Joan Gelderman? ◊ Om meer over het land en de mensen te leren. En om te kijken hoe de regering en de politiek daar in zijn werk gaat.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Vraag 9

9. Zou je door alle informatie die je hebt gekregen, besluiten om in die tijd een leven te gaan opbouwen in Nederlands-IndiŽ? Maak je eigen keuze en leg vervolgens uit welke argumenten je daarvoor uit de brief hebt gehaald. Probeer er minimaal drie te vinden. ◊ Ik zou niet naar Nederlands-IndiŽ gaan om daar een leven op te bouwen, want de gezondheidstoestand is daar niet echt goed. Ook zit de politiek niet echt ?stabiel?in elkaar.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron B Vraag 1

1. Boven het krantenberichtje en de bedankbrief staat in allebei de gevallen een datum. Waarom zou een historicus, wanneer hij deze twee bronnen tot zijn beschikking heeft, wantrouwig worden? ◊ Omdat de sultan een heel belangrijk persoon was en omdat alles goed moest gaan en alles moest veilig zijn. Hij vraagt zich af of dit alles wel zo veilig was.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron B Vraag 2

2. Welke aanwijzingen over het doel van het bezoek van de sultan aan Oldenzaal geven de bedankbrief en het krantenbericht? ◊ Hij wou graag de firma Gelderman bezoeken.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron B Vraag 3

3. Bedenk zelf een reden waarom de sultan van Siak een bezoek bracht aan de firma Gelderman in Oldenzaal. Deze reden mag dus niet in de bedankbrief of in het krantenbericht staan. ◊ Om te kijken hoe in Nederland gewerkt wordt, wat de verschillen zijn en om meer te weten te komen over bedrijven in Nederland.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron B Vraag 4

4. Bekijk de foto van de sultan in zijn traditionele Indische kleding. Maar toch zie je zelfs hier de Nederlandse invloed op de Indische cultuur. Hoe zie je dat? ◊ De manier waarop hij staat en hoe hij kijkt.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron B Vraag 5

5. Bedenk twee redenen waarom de sultan bij zijn bezoek aan Oldenzaal gekozen heeft voor westerse kleding. ◊ Om gelijk te zijn met de inwoners van Oldenzaal. Om zich aan te passen aan een andere cultuur.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron C Vraag 1

1. Bekijk de afbeeldingen en noteer welke zakelijke informatie de tjaps geven over Nederlands-IndiŽ. Probeer drie verschillende zaken te noemen. ◊ Ze zijn goed in handelen. Ze passen zich aan andere culturen aan.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron C Vraag 2

2. De makers van de tjaps wilden ook indrukken van Nederlands-IndiŽ overbrengen. Welke beelden over Nederlands-IndiŽ zou jij krijgen door het bestuderen van de tjaps? ◊ Dat de mensen bijna allemaal dezelfde kleren aan hebben en erg op elkaar lijken.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron D Vraag 1

1. Uit de foto's blijkt, dat er duidelijk sprake was van Europese invloed op Nederlands-IndiŽ. Toon dat aan met twee voorbeelden. ◊ De fabrieken en de modernere machines.

Twentse textiel in Nederlands-IndiŽ Bron D Vraag 2

2. De opdrachtgever van de foto's zou daarmee kunnen aantonen dat de Nederlanders zeker (ook) oog hadden voor de belangen van de inlandse bevolking. Hoe zou hij dat kunnen aantonen? Geef drie voorbeelden en leg bij elk voorbeeld uit met welke toelichting zij dat zouden doen. ◊ 1. De fabrieken: eerst hadden ze niet veel of helemaal geen fabrieken. 2. De machines: eerst hadden ze geen goede of helemaal geen moderne Machines. 3. Laboratorium: dat hadden ze eerst ook nog niet.

Door Sanne&Geertje i.s.m sanne-geertje-dossier2.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 19 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?